ECLI:NL:GHAMS:2018:3940

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2018
Publicatiedatum
29 oktober 2018
Zaaknummer
23-004576-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof vernietigt gedeeltelijk bewezenverklaring in hoger beroep over geldbedrag bij overval

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland betreffende een overval heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis gedeeltelijk vernietigd. De vernietiging betreft specifiek de bewezenverklaring waarin stond dat er 2250 euro was weggenomen uit de broekzak van de aangever. Het hof stelt vast dat de rechtbank had behoren te oordelen dat het bedrag 750 euro bedroeg, gebaseerd op het proces-verbaal van 19 december 2013 en de verklaring van de aangever.

Het hof heeft het vonnis voor het overige bevestigd, waarbij ook een correctie is aangebracht in de naam van een betrokkene in het vonnis. De uitspraak is gedaan na onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg, waarbij de belangen van de verdachte zijn behartigd door een gemachtigd raadsman.

De beslissing van het hof houdt in dat het vonnis gedeeltelijk wordt vernietigd en dat het hof in die mate doet wat de rechtbank had behoren te doen, met behoud van het overige oordeel. Hiermee wordt het bewijs rond het geldbedrag aangepast, wat gevolgen kan hebben voor de strafrechtelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt gedeeltelijk de bewezenverklaring over het geldbedrag en stelt dit bij op 750 euro, bevestigt het vonnis voor het overige.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-004576-16
Datum uitspraak: 7 juni 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 december 2016 in de strafzaak onder parketnummer
15-700487-15 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] (België).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep, maar uitsluitend voor zover de bewezenverklaring op bladzijde 7 van het vonnis (in de 4e regel van de bewezenverklaring) inhoudt “met daarin een geldbedrag van 2250 euro” en voor zover blijkens de bewijsvoering op bladzijde 5 van het vonnis (in de 10e en 11e regel) tot het bewijs is gebezigd de op 2 november 2009 afgelegde verklaring van de aangever [naam 1] voor zover deze inhoudt dat hij ‘2250 euro in zijn broekzak had, die er tijdens de overval is uitgehaald’. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, verklaart het hof in plaats van “met daarin een geldbedrag van 2250 euro’ bewezen: “
met daarin een geldbedrag” en bezigt het hof daartoe tot het bewijs het proces-verbaal van 19 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voor zover inhoudende als de tegenover hen afgelegde verklaring van de aangever [naam 1] (doorgenummerde p. 64) dat hij schat dat 750 euro uit de portemonnee is weggenomen.
Voorts leest het hof op bladzijde 3 van het vonnis in de 3e regel van onder het woord “verdachte” verbeterd in “ [naam 2] ”.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep gedeeltelijk, in voege zoals hiervoor vermeld, doet in zoverre wat de rechtbank had behoren te doen en bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van
mr. A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
7 juni 2017.
[......]
.