Uitspraak
VICKERS HOLDING & FINANCE INC,
1.[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is Vickers Holding & Finance Inc, gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, in hoger beroep gekomen tegen een vonnis in kort geding van de rechtbank Noord-Holland. Het incident betreft een vordering van de geïntimeerden tot zekerheidstelling voor proceskosten, ingevolge artikel 224 Rv Pro, omdat Vickers geen woonplaats in Nederland heeft.
Het hof overweegt dat Vickers op grond van artikel 224 lid 1 Rv Pro zekerheid moet stellen, tenzij een uitzondering van lid 2 van dat artikel van toepassing is, wat hier niet het geval is. De geïntimeerden vorderden zekerheid voor een bedrag van €40.395,-, gebaseerd op zes punten liquidatietarief. Vickers stelde dat maximaal twee punten in aanmerking komen.
Het hof stelt de zekerheid vast op €23.892,-, gebaseerd op vier punten liquidatietarief, betaalde verschotten en nakosten. Gezien het bezwaar van Vickers ten aanzien van het stellen van een bankgarantie bij een Nederlandse bank, beveelt het hof dat de zekerheid wordt gesteld door storting op de derdengeldrekening van de advocaat van de geïntimeerden.
De zekerheid moet binnen vier weken na het arrest zijn gesteld, uiterlijk 6 november 2018, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere uitlatingen over de zekerheidstelling.
Uitkomst: Vickers Holding wordt bevolen binnen vier weken zekerheid te stellen voor €23.892,- op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak.