ECLI:NL:GHAMS:2018:3744
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A.R. Sturhoofd
- J. Kok
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing kinderbijdrage na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarige uit dit huwelijk. De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 10 augustus 2016 een echtscheiding uitgesproken en een kinderbijdrage vastgesteld van €350 per maand. Dit is door het hof bekrachtigd op 27 juni 2017. Later heeft het hof bij beschikking van 16 mei 2018 de kinderbijdrage verlaagd naar €128 per maand met ingang van 12 januari 2018.
De man verzocht bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro om de werking van deze beschikking te schorsen totdat het hof in de hoofdzaak zou beslissen, en tevens om geen bijdrage te betalen over de periode van 9 december 2016 tot 16 mei 2018. De vrouw verzocht afwijzing van dit verzoek.
Het hof oordeelde dat schorsing niet mogelijk is voor het ongewijzigde gedeelte van de beschikking en dat de rechtbank een gemotiveerde beslissing had genomen over de ingangsdatum van de gewijzigde kinderbijdrage. De man had geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een voorlopige afwijking rechtvaardigen.
Daarom wees het hof het verzoek tot voorlopige voorziening af en bevestigde de bestaande regeling voor de kinderbijdrage.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de kinderbijdrage af en bevestigt de bestaande regeling.