ECLI:NL:GHAMS:2018:3625

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 september 2018
Publicatiedatum
8 oktober 2018
Zaaknummer
001473-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 90 SvArt. 591a SvArt. 9a SrArt. 44 Wet op de rechtsbijstand
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vergoeding eigen bijdrage in schadevergoedingsprocedure na vrijspraak en voorwaardelijke straf

De zaak betreft een verzoek tot vergoeding van schade en kosten voortvloeiend uit voorlopige hechtenis en verzekering, alsmede een verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand in de procedure zelf. Verzoeker was verdachte van poging tot diefstal in vereniging, waarvoor hij op 4 oktober 2016 in verzekering werd gesteld en op 5 oktober 2016 voorlopige hechtenis werd bevolen. Deze voorlopige hechtenis werd op 10 december 2016 geschorst, waarna verzoeker in vrijheid werd gesteld. De strafzaak eindigde met vrijspraak van de diefstal en een voorwaardelijke geldboete voor eenvoudige belediging, waarvoor geen voorlopige hechtenis was toegelaten.

Op grond van artikel 89 Sv Pro kan vergoeding worden toegekend indien de zaak eindigt zonder strafoplegging voor het feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegepast. Het hof achtte gronden van billijkheid aanwezig en kende een vergoeding toe van € 5.385,00 voor de verzekering en voorlopige hechtenis, waarbij verrekening plaatsvond met openstaande bedragen bij het CJIB. Het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage van € 143,00 voor rechtsbijstand in de schadevergoedingsprocedure werd afgewezen, omdat de strafzaak zelf niet eindigde zonder straf of maatregel en de advocaat een nagenoeg gelijk bedrag kon declareren bij de raad.

De beschikking werd uitgesproken door de enkelvoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 september 2018, waarbij de voorzitter mr. R.D. van Heffen de beschikking ondertekende en de onverwijlde betekening aan verzoeker beval.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage in de procedure wordt afgewezen, maar vergoeding voor verzekering en voorlopige hechtenis wordt toegekend.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 001473-17 (89 Sv) en 001472-17 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000387-16
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. H. Teunisse, Barkstraat 2, 1784 KD, Den Helder.

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv Pro, tot een bedrag van € 5.305,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer.
Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 143,00.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 20 oktober 2017 ingekomen.
Op 31 juli 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 7 september 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker is niet verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Verzoeker is indertijd verdachte geweest van poging tot diefstal in vereniging, en in verband met die verdenking op 4 oktober 2016 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 5 oktober 2016 de voorlopige hechtenis bevolen, die op 10 december 2016 is geschorst op welke datum verzoeker ook in vrijheid is gesteld. Aldus heeft verzoeker 1 dag in een politiecel en 66 dagen in een huis van bewaring doorgebracht.
Verdachte is vervolgd vanwege vorenbedoelde poging tot diefstal alsmede vanwege eenvoudige belediging op een andere datum. De strafzaak is geëindigd met vrijspraak van de diefstal en met oplegging van een voorwaardelijke geldboete ten aanzien van de eenvoudige belediging. Vanwege eenvoudige belediging is geen voorlopige hechtenis toegelaten zodat op grond van artikel 89 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding van geleden schade kan worden toegekend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van € 5.385,00.
Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de onderstaande geldsommen overeenkomstig artikel 90, lid 3 Sv verrekend kunnen worden met het toegewezen bedrag, hetgeen zal worden bevolen.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv
Verzoeker heeft een toevoeging verzocht en verkregen voor rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure. Aan deze toevoeging is een eigen bijdrage verbonden van € 143,00.
Artikel 591a, lid 2 luidt:
2. Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij tengevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens voorzover artikel 44a van de Wet op de rechtsbijstand van toepassing is, in de kosten van een raadsman. Een vergoeding voor de kosten van een raadsman gedurende de verzekering en de voorlopige hechtenis is hierin begrepen. Een vergoeding voor deze kosten kan voorts worden toegekend in het geval dat de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
Artikel 44 van Pro de Wet op de rechtsbijstand luidt, voor zover hier van belang:
1. Aan personen die zich krachtens het Wetboek van Strafrecht of het Wetboek van Strafvordering door een raadsman kunnen doen bijstaan, kan het bestuur een advocaat toevoegen.
2. De eigen bijdrage is niet verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht.
De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.
(….)
Artikel 44 lid 2 van Pro de Wet op de rechtsbijstand staat aan vergoeding van de eigen bijdrage in de weg indien de zaak waarvoor de toevoeging is verleend is geëindigd zonder toepassing van straf of maatregel of van artikel 9a Sr. In dit geval is de toevoeging louter aangevraagd en verleend voor het schadevergoedingsverzoek. Daarvoor wordt niet (ook) de forfaitaire vergoeding verzocht. Nu de strafzaak zelf niet geëindigd is op de in artikel 44 lid 2 WRB Pro bedoelde wijze - verzoeker is immers wel veroordeeld in verband met de belediging - is onzeker of verzoeker de eigen bijdrage van de rechtsbijstandsverlener gerestitueerd zal krijgen.
Daar staat tegenover dat het het hof bekend is dat de advocaat van verzoeker ongeveer € 277 (€ 420 verminderd met de eigen bijdrage) kan declareren bij de raad. Nu dit bedrag nagenoeg overeenkomt met het door de LOVS-vastgestelde forfaitaire bedrag voor het opstellen en indienen van een verzoekschrift (€ 280,00) te boven gaat, acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de eigen bijdrage en zal het hof het verzoek in zoverre afwijzen.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 89 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 5.385,00 (vijfduizend driehonderdvijfentachtig euro).
Bepaalt de verrekening van bovenstaand bedrag met de onderstaande geldsom:
CJIB-nummer openstaand bedrag verrekening
6022 5424 0323 9579 € 105,04 € 105,04
9022 5424 0323 9580 € 282,01 € 282,01
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de enkelvoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 21 september 2018.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
- € 105,04 op bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] t.n.v. CJIB o.v.v. 6022 5424 0323 9579;
- € 282,01 op bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] t.n.v. CJIB o.v.v. 9022 5424 0323 9580;
- € 4.997,95 op bankrekeningnummer NL17 ABNA 0514 6991 32 t.n.v. [verzoeker] o.v.v. [verzoeker]/ parketnr 23-000387-16/Schadevergoeding.
Amsterdam, 21 september 2018.
mr. R.D. van Heffen, voorzitter.