In deze zaak betwist ABN AMRO de nietigheid van een aftoppingsregeling in het sociaal plan die van toepassing is op reorganisatieontslag. De regeling beperkt de stimuleringspremie voor werknemers die hun individuele pensioenleeftijd hebben bereikt, wat volgens ABN AMRO een objectief gerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd betreft.
De werknemer, geboren in 1952 en sinds 1981 in dienst, werd boventallig verklaard en kon geen passende functie vinden binnen de gestelde termijn. Hij ontving geen stimuleringspremie vanwege de aftoppingsregeling en vorderde een ontslagvergoeding en compensatie voor inkomens- en pensioenschade. De kantonrechter oordeelde dat de aftoppingsregeling in strijd is met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd (WGBL) en nietig is, maar beperkte de vergoeding tot de daadwerkelijke inkomens- en pensioenschade.
Het hof bevestigt dat de aftoppingsregeling een direct onderscheid naar leeftijd maakt en dat dit onderscheid niet objectief gerechtvaardigd is. De regeling is niet passend en noodzakelijk om het doel van een eerlijke verdeling van middelen te bereiken, omdat oudere werknemers met een lang dienstverband onevenredig worden benadeeld. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten.