ECLI:NL:GHAMS:2018:3484
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen notariskamer Gerechtshof Amsterdam
Op 13 september 2018 diende het wrakingsverzoek van verzoeker tegen de raadsheren J.H. Lieber, J.W.M. Tromp en B.J.M. Gehlen van de notariskamer van het Gerechtshof Amsterdam. Verzoeker stelde dat het dossier onvolledig was en dat de notariskamer niet adequaat had doorgeleid naar het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Hij vroeg om aanhouding van de zaak om deze instanties gelegenheid te geven het dossier te onderzoeken.
De wrakingskamer behandelde het verzoek ter zitting waarbij verzoeker zijn gronden toelichtte, maar niet alle wrakingsgronden kon aanvoeren. De raadsheren beriepen zich op afwijzing van het verzoek. De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, wat hier ontbrak.
De kamer stelde dat de notariskamer nog geen definitieve beslissing had genomen over het aanhoudingsverzoek en dat de mededeling over een beslissing op 27 november 2018 geen onbegrijpelijke of vooringenomen beslissing was. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door drie raadsheren in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de notariskamer is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.