Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Op tijd
Gerechtshof Amsterdam
De werknemer was bijna dertig jaar in dienst bij GVB en kwam gedurende die periode structureel en frequent te laat op het werk, ondanks herhaalde waarschuwingen en bestraffingen. Pas in 2017 maakte hij zijn slaapprobleem bekend, waarna een slaapstoornis (DSPD) werd vastgesteld.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2018 wegens verwijtbaar handelen, maar stelde dat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen, waardoor de werknemer recht had op een transitievergoeding. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van de werknemer tegen de ontbinding en het beroep van GVB tegen het ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen.
Het hof oordeelde dat het te laat komen een redelijke grond voor ontbinding vormde en dat GVB voldoende hulp had geboden. Het verzoek van GVB om ontbinding met terugwerkende kracht werd afgewezen omdat dit wettelijk niet is toegestaan. De proceskosten werden verdeeld tussen partijen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2018 wegens verwijtbaar handelen zonder ernstig verwijtbaar handelen, met toekenning van transitievergoeding.