ECLI:NL:GHAMS:2018:3408
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst en ontruiming wegens dringend eigen gebruik ter bevordering herstel dochter
In deze zaak vorderen appellanten, eigenaren van een woning die zij verhuurd hebben, de beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens dringend eigen gebruik. De aanleiding is de ernstige psychische toestand van hun dochter, die terugkeerde naar Nederland en intensieve medische zorg nodig heeft. De verhuurders willen de woning betrekken om haar herstel te bevorderen.
De kantonrechter heeft in eerste aanleg de huurovereenkomst beëindigd per 15 augustus 2018 en ontruiming bevolen, maar het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Appellanten vorderen in hoger beroep dat het hof de ontruiming ook voor de duur van de procedure uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
Het hof stelt dat het spoedeisende belang van appellanten, mede vanwege de medische noodzaak voor hun dochter, zwaarder weegt dan het woonbelang van de huurder, die voldoende alternatieve woonruimte in de omgeving kan vinden. Daarom wordt de ontruimingsvordering toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met een termijn tot 1 december 2018 en een gemaximeerde dwangsom.
De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling van de hoofdzaak, waarbij de huurder een memorie van antwoord zal nemen. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot het eindarrest.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot ontruiming van de woning vóór 1 december 2018, uitvoerbaar bij voorraad.