Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
klaarblijkelijkeen noodtoestand zal doen ontstaan voor [appellante] . Voor die conclusie zijn de door de huisarts gebruikte bewoordingen (“Na de rechtzaak in 2016 kreeg ze meer klachten van paniekaanvallen en ze kwam daarmee in 2017 bij mij, waarvoor ik haar verwees naar Arkin voor hulp”) waarop [appellante] in dit verband kennelijk een beroep doet – voor het overige bevat deze verklaring immers geen feiten die al niet ten tijde van het vonnis van 14 juli 2016 bekend waren –, ontoereikend.