ECLI:NL:GHAMS:2018:3100
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging wegens ontbreken redelijke vrees bij aangever
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het bewijs onderzocht omtrent de tenlastelegging van bedreiging met een tang en dreigende woorden.
De aangever verklaarde dat verdachte een glimmend voorwerp in zijn hand had en een dreigende houding aannam, maar er was geen bewijs dat verdachte daadwerkelijk een stekende beweging maakte. Een getuige vermoedde dat verdachte wilde steken, maar dit kon niet worden vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de woorden van verdachte, waaronder “ik weet waar jullie wonen”, noch op zichzelf, noch in de gegeven omstandigheden, bij de aangever de redelijke vrees konden doen ontstaan dat hij het leven zou verliezen of zwaar mishandeld zou worden.
Daarom werd de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen geacht en sprak het hof verdachte vrij van bedreiging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.