In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het bewijs van verkoop van een bolletje cocaïne op 21 juni 2016 in een park te Amsterdam als wettig en overtuigend bewezen verklaard. Het hof baseert zich op het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen en de verklaring van een getuige, ondanks het ontbreken van drugs of geld bij de verdachte bij aanhouding.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en dat de verbalisant mogelijk een misverstand had, maar het hof verwierp dit verweer. Het hof oordeelde dat het handelen van de verdachte strafbaar is als overtreding van de Opiumwet en dat geen omstandigheden zijn gebleken die strafuitsluiting rechtvaardigen.
Gezien de ernst van het feit, de openbare locatie waar de handel plaatsvond (een park waar ook kinderen spelen) en de eerdere veroordeling van de verdachte voor soortgelijke feiten, acht het hof een gevangenisstraf van één week passend. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot deze straf.