Uitspraak
1.hij op of omstreeks 31 oktober 2014 in de gemeente Oostzaan met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een winkel (bloemisterij) gelegen aan het Zuideinde aldaar heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 1.500 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan "[slachtoffer 1]" en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 2] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 4], (allen) werkzaam in genoemde winkel, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte in die winkel een (knal)pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de hand heeft genomen en/of dit (knal)pistool, althans dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht en/of gericht gehouden op genoemd(e) perso(o)n(en), in elk geval die perso(o)n(en) dat (knal)pistool, althans dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond en/of voorgehouden en/of met dit (knal)pistool, althans met dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een schot heeft gelost;
3.hij op of omstreeks 18 oktober 2014 in de gemeente Oostzaan met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening bij een tankstation gelegen aan de [locatie] heeft weggenomen (ongeveer) 33,94 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid benzine, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
4.hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Oostzaan (telkens) een persoon, genaamd [slachtoffer 6], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 7], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak jullie allebei af" en/of "Ik pak een mes en ik steek je neer" en/of "Ik ga je vermoorden" en/of "Ik maak je dood" en/of "Ik sla je helemaal in elkaar", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
5.hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Oostzaan (telkens) opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 6], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 7], in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigend door hem/haar/hen de/het woord(en) toe te voegen: Kankerzwarte" en/of "Kankerneger", althans (telkens) (een) woord(en) van gelijke beledigende aard en/of strekking;
6.hij op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Oostzaan door geweld of enige andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid een ambtenaar, [slachtoffer 8], brigadier van politie, werkzaam in de functie van wijkagent Oostzaan bij de Eenheid Noord-Holland heeft gedwongen tot het volvoeren van een ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting, te weten het instellen van een onderzoek naar verdachte, door toen en daar die [slachtoffer 8] (dreigend) mede te delen: "Jij moet stoppen met dat onderzoek naar mij. Als jij dat niet doet, dan pak ik jou", althans woorden en/of zinnen van een dergelijke (dreigende) aard en/of strekking;
7.hij op of omstreeks 12 november 2015 in de gemeente Oostzaan een persoon, genaamd [slachtoffer 7], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 8], brigadier van de politie Eenheid Noord-Holland, gezegd: "Luister, als ik nog een keer last heb van die zwarte kankerbuurman van mij (waarmee verdachte doelde op genoemde [slachtoffer 7]), dan snijd ik zijn strot van oor tot oor open, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
8.hij op of omstreeks 10 januari 2016 in de gemeente Oostzaan een persoon, genaamd [slachtoffer 9], hoofdagent van de politie Eenheid Noord-Holland, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 9] dreigend de woorden toegevoegd: "Kunnen jullie wel tegen iemand van 1 meter 60? Kankermongolen. Ik onthou jullie kankerkoppen. Ik pak jullie later nog wel een keer. Kankerlijers", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
9.hij op of omstreeks 10 januari 2016, omstreeks 01.41 uur, zijnde een tijdstip gelegen na zonsondergang en voor zonsopkomst, in de gemeente Oostzaan als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden over de Kolkweg, ter plaatse waar een maximum snelheid gold van 80 kilometer per uur, met een snelheid van (ongeveer) 140 kilometer, althans met een snelheid die (veel) te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse en/of gekomen bij de kruising of splitsing van die weg met het Zuideinde, toen een (driekleurig) verkeerslicht rood licht straalde in zijn, verdachtes, rijrichting niet is gestopt en/of (vervolgens) zijn weg heeft vervolgd over het Zuideinde en (toen) de verlichting van de door hem, verdachte, bestuurde personenauto heeft gedoofd en/of (vervolgens) zonder richting aan te geven - rechtsaf - de Burgemeester Swartstraat is ingereden en/of (vervolgens) met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse heeft gereden over de Burgemeester Van Leeuwenstraat en/of de Burgemeester Teerstraat en/of de Kerkstraat en/of een of meer (ander(e)) weg(en) en/of (vervolgens) over het trottoir van de Burgemeester Swartstraat heeft gereden en/of (vervolgens) met (wederom) een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse heeft gereden over de Burgemeester Bratstraat en/of (vervolgens) op de Begoniastraat (wederom) een troitoir is opgereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
1.hij op 31 oktober 2014 in de gemeente Oostzaan met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel (bloemisterij) gelegen aan het Zuideinde aldaar heeft weggenomen een geldbedrag van 1.500 euro, toebehorende aan "[slachtoffer 1]", welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, genaamd [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], allen werkzaam in genoemde winkel, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte in die winkel een knalpistool in de hand heeft genomen en dit heeft getoond en met dit knalpistool een schot heeft gelost;
3.hij op 18 oktober 2014 in de gemeente Oostzaan met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een tankstation gelegen aan de [locatie] heeft weggenomen 33,94 liter benzine, toebehorende aan [slachtoffer 5];
7.hij op 12 november 2015 in de gemeente Oostzaan een persoon, genaamd [slachtoffer 7], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 8], brigadier van de politie Eenheid Noord-Holland, gezegd: "Luister, als ik nog een keer last heb van die zwarte kankerbuurman van mij (waarmee verdachte doelde op genoemde [slachtoffer 7]), dan snijd ik zijn strot van oor tot oor open;
9.hij op 10 januari 2016, omstreeks 01.41 uur, in de gemeente Oostzaan als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, daarmee heeft gereden over de Kolkweg, waar ter plaatse een maximum snelheid gold van 80 kilometer per uur, met een snelheid van ongeveer 140 kilometer, en gekomen bij de kruising van die weg met het Zuideinde, toen een driekleurig verkeerslicht rood licht straalde in zijn rijrichting, niet is gestopt en vervolgens zijn weg heeft vervolgd over het Zuideinde en toen de verlichting van de door hem bestuurde personenauto heeft gedoofd en vervolgens zonder richting aan te geven rechtsaf de Burgemeester Swartstraat is ingereden en vervolgens met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse heeft gereden over de Burgemeester Van Leeuwenstraat, de Burgemeester Teerstraat en de Kerkstraat en vervolgens over het trottoir van de Burgemeester Swartstraat heeft gereden en vervolgens met wederom een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse heeft gereden over de Burgemeester Bratstraat en op de Begoniastraat een trottoir is opgereden, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die wegen werd veroorzaakt.
Art. 310-317 Sr Overval winkel, licht geweld/bedreiging”. Daarnaast heeft hij bepleit rekening te houden met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, het tijdsverloop sinds de ten laste gelegde feiten en de oprechte houding van de verdachte.
€ 2.220,77, bestaande uit € 20,77 aan materiële schade en € 2.200 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen.
€ 2.220,77, bestaande uit € 20,77 aan materiële schade en € 2.200 aan immateriële schade. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, gelet op het navolgende.
€ 2.251,57, bestaande uit € 51,57 aan materiële schade en € 2.200 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen.
€ 2.251,57, bestaande uit € 51,57 aan materiële schade en € 2.200 aan immateriële schade. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, gelet op het navolgende.
€ 2.212,88, bestaande uit € 12,88 aan materiële schade en € 2.200 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen.
€ 2.212,88, bestaande uit € 12,88 aan materiële schade en € 2.200 aan immateriële schade. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, gelet op het navolgende.
bewezendat de verdachte het onder
1, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan.
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.
18 (achttien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
8 (acht) maanden.
€ 2.220,77 (tweeduizend tweehonderdtwintig euro en zevenenzeventig cent) bestaande uit € 20,77 (twintig euro en zevenenzeventig cent) aan materiële schade en € 2.200 (tweeduizend tweehonderd euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.220,77 (tweeduizend tweehonderdtwintig euro en zevenenzeventig cent) bestaande uit € 20,77 (twintig euro en zevenenzeventig cent) materiële schade en € 2.200 (tweeduizend tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 2.251,57 (tweeduizend tweehonderdeenenvijftig euro en zevenenvijftig cent) bestaande uit € 51,57 (eenenvijftig euro en zevenenvijftig cent) aan materiële schade en € 2.200 (tweeduizend tweehonderd euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.251,57 (tweeduizend tweehonderdeenenvijftig euro en zevenenvijftig cent) bestaande uit € 51,57 (eenenvijftig euro en zevenenvijftig cent) aan materiële schade en € 2.200 (tweeduizend tweehonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 2.212,88 (tweeduizend tweehonderdtwaalf euro en achtentachtig cent) bestaande uit € 12,88 (twaalf euro en achtentachtig cent) aan materiële schade en € 2.200 (tweeduizend tweehonderd euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.212,88 (tweeduizend tweehonderdtwaalf euro en achtentachtig cent) bestaande uit € 12,88 (twaalf euro en achtentachtig cent) aan materiële schade en € 2.200 (tweeduizend tweehonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.