Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 1 juni 2017 bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de gronden waarop deze berust. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.
De advocaat-generaal had dezelfde straf geëist, terwijl de raadsman van de verdachte verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte verkeerde in een moeilijke situatie, had zijn bedrijf, huis en gezin verloren en kampte met stressklachten. Positieve ontwikkelingen, zoals een nieuw bedrijf en woning, waren sinds kort zichtbaar.
Het hof nam deze persoonlijke omstandigheden mee en vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken niet passend. Gezien de ernst van het feit en eerdere veroordelingen wegens soortgelijke overtredingen, werd de gevangenisstraf beperkt tot één dag. Daarnaast werd een taakstraf van 60 uur opgelegd, die bij niet-nakoming kan worden vervangen door 30 dagen hechtenis.
De strafwijziging dient het maatschappelijke belang en voorkomt het doorkruisen van de positieve ontwikkelingen bij de verdachte. Het vonnis is in zoverre vernietigd en opnieuw vastgesteld, waarbij het overige vonnis wordt bevestigd.