ECLI:NL:GHAMS:2018:271
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking inzake kinderalimentatie en kostenverrekening na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en hebben afspraken gemaakt over de kosten van verzorging en opvoeding van hun drie kinderen, vastgelegd in een echtscheidingsconvenant uit 2004. In dit convenant is onder meer bepaald dat bepaalde kosten gezamenlijk gedragen worden via een en/of-rekening en een spaarrekening voor studiekosten.
De man vordert vergoeding van kosten die hij heeft voorgeschoten voor de kinderen, stellende dat de vrouw haar aandeel niet heeft voldaan. De vrouw betwist dit en stelt dat na 2008 geen verrekening meer heeft plaatsgevonden omdat zij niet akkoord ging met de wijze waarop de man kosten maakte en verrekende, mede omdat deze zonder overleg waren gemaakt.
Het hof stelt vast dat partijen na de echtscheiding stilzwijgend een andere praktijk volgden dan in het convenant was overeengekomen, waarbij ieder de kosten betaalde die hij maakte en later verrekende. Vanaf 2008 heeft de vrouw echter duidelijk gemaakt dat zij geen kosten meer wilde verrekenen die zonder overleg waren gemaakt. De man kon er niet op vertrouwen dat hij deze kosten nog kon verhalen.
Het hof concludeert dat het verzoek van de man onvoldoende steun vindt in de feiten en de gemaakte afspraken en bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank waarin het verzoek is afgewezen. Het voorwaardelijk incidenteel appel van de vrouw behoeft geen verdere beoordeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de man tot vergoeding van kosten door de vrouw af.