ECLI:NL:GHAMS:2018:2645
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kort geding over ontruiming gehuurde woning na sloopwerkzaamheden
Appellant huurt sinds 1972 een woning maar verblijft geruime tijd in Turkije. In een bodemprocedure werd een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming afgewezen. Tijdens deze procedure werden zonder toestemming sloopwerkzaamheden in het gehuurde uitgevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat deze sloopwerkzaamheden een ernstige tekortkoming vormden die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigde en veroordeelde appellant tot ontruiming. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat het in kort geding te nemen vonnis in lijn moet zijn met het reeds gewezen eindarrest in de bodemprocedure, waarin de huurovereenkomst werd ontbonden en appellant tot ontruiming werd veroordeeld. Er waren geen omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigden.
Daarom bekrachtigde het hof het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd op 24 juli 2018 uitgesproken door drie raadsheren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant tot ontruiming en kostenbetaling.