ECLI:NL:GHAMS:2018:2473
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens persoonsverwisseling na gegrondverklaring herzieningsverzoek
De rechtbank Amsterdam had verdachte veroordeeld voor het dwingen van een slachtoffer tot ontuchtige handelingen. Verdachte was veroordeeld tot een geldboete en subsidiaire hechtenis, en de benadeelde partij kreeg een schadevergoeding toegewezen.
De Hoge Raad verklaarde het herzieningsverzoek van verdachte gegrond en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam. Tijdens het hoger beroep onderzocht het hof de feiten opnieuw, waarbij het onderzoek van de advocaat-generaal en aanvullend identiteitsonderzoek door politie en Koninklijke Marechaussee betrokken waren.
Het hof concludeerde dat er sprake was van een ernstige aanwijzing voor persoonsverwisseling: niet verdachte, maar diens tweelingbroer was waarschijnlijk de dader. Hierdoor was het niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd, wat leidde tot vrijspraak.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en persoonsverwisseling.