ECLI:NL:GHAMS:2018:2433
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep in profijtontnemingszaak
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep in een profijtontnemingszaak tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2015. Zowel de veroordeelde als het openbaar ministerie hadden hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
Tijdens de zittingen op 8 september 2017 en 26 juni 2018 gaven beide partijen aan het hoger beroep niet te willen handhaven en trokken zij hun bezwaren tegen het vonnis in. Het hof constateerde dat er geen rechtens te respecteren belang meer was bij voortzetting van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de veroordeelde en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Hiermee werd het vonnis van de rechtbank Amsterdam definitief bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart veroordeelde en openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.