ECLI:NL:GHAMS:2018:2412
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verrekening levensverzekeringspolissen en overgespaarde inkomsten bij echtscheiding
Partijen zijn in 1975 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd en sinds juli 2013 gescheiden. Het huwelijk is ontbonden per 22 januari 2018. De huwelijkse voorwaarden bevatten een periodiek verrekenbeding dat tijdens het huwelijk niet is uitgevoerd.
De vrouw vordert onder meer inzage in de financiële bescheiden van de man, verrekening van drie levensverzekeringspolissen en uitbetaling van waardestijging van de woning. De man betwist de vorderingen en voert aan dat de polissen en uitkeringen tijdens het huwelijk zijn geconsumeerd en dat op de hypotheken niet is afgelost.
Het hof oordeelt dat de vrouw onvoldoende feiten heeft gesteld om aan te tonen dat de gelden niet zijn geconsumeerd of verborgen gehouden. Ook is geen recht op waardestijging van de woning ontstaan. Het verzoek tot inzage van financiële bescheiden wordt afgewezen omdat het periodiek verrekenbeding niet is uitgevoerd en een eindafrekening is gemaakt.
In het incidenteel hoger beroep verzoekt de man betaling van een bedrag van fl. 15.000,- op grond van een schuldbekentenis. Het hof acht een betaling onder redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar gezien de staat van aanbrengsten en het gezamenlijk gebruik van zaken.
De beschikking van de rechtbank Amsterdam wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst de verzoeken tot verrekening en betaling af, met compensatie van proceskosten.