Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 3 juli 2018 het vonnis van de rechtbank vernietigd en opnieuw beslist over de vorderingen van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg (BPF) tegen DHL en haar verbonden vennootschappen. Het hof bevestigde dat BPF recht heeft op betaling van pensioenpremies over de jaren 2010 en 2011 ter hoogte van € 1.849.347,76 inclusief handelsrente en een staffel voor buitengerechtelijke kosten.
Tegelijkertijd veroordeelde het hof BPF tot terugbetaling aan DHL van het meerdere bedrag dat zij onverschuldigd heeft ontvangen over de jaren 2006 tot en met 2011, met wettelijke rente vanaf 22 mei 2015. De proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. DHL werd veroordeeld in de kosten van het incidenteel beroep.
Het hof wees verzoeken van DHL af om terug te komen op eerdere bindende beslissingen omtrent de handelsrente en buitengerechtelijke kosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.