ECLI:NL:GHAMS:2018:2148
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie met onvoldoende onderbouwd inkomen vader
Partijen hadden een relatie die in 2011 eindigde, met een minderjarige uit deze relatie. De vader betaalde sinds 2012 kinderalimentatie, maar verzocht deze te verlagen naar €75 per maand wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder een gewijzigde zorgregeling en een vermeende daling van zijn inkomen.
De moeder betwistte de daling van het inkomen van de vader en stelde dat zijn netto besteedbaar inkomen in 2011 aanzienlijk hoger was dan hij aangaf. Het hof stelde vast dat de vader onvoldoende financiële gegevens had overgelegd om zijn lagere inkomen te onderbouwen, terwijl de moeder haar inkomen met belastingaangiftes en jaaropgaven had aangetoond.
Het hof bepaalde de behoefte van het kind op €1.035 per maand, inclusief kinderopvangkosten, en stelde de draagkracht van beide ouders vast. Met inachtneming van de zorgregeling en de zorgkorting bepaalde het hof de bijdrage van de vader op €199 per maand vanaf 17 maart 2016.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2017 en wees het incidenteel hoger beroep van de moeder af. Tevens werden de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep gecompenseerd.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €199 per maand vanaf 17 maart 2016.