Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Vrijspraak
BESLISSING
en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte werd beschuldigd van het invoeren van cocaïne op Schiphol op 9 oktober 2014.
De verdachte werd ervan verdacht samen met een medeverdachte cocaïne het land binnen te brengen. De advocaat-generaal vorderde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden. Tijdens het hoger beroep is echter vastgesteld dat het bewijs onvoldoende is om de betrokkenheid van de verdachte met de vereiste mate van zekerheid vast te stellen.
Het hof nam mee dat de verdachte de medeverdachte slechts op 1 oktober 2014 op Schiphol had afgezet en later weer had opgehaald, wat op zichzelf geen bewijs is van betrokkenheid. Ook ontkende de verdachte steeds zijn betrokkenheid, en de verklaringen van de medeverdachte waren tegenstrijdig en wezen niet ondubbelzinnig naar de verdachte. Daarnaast leverden getuigenverklaringen en sms-berichten geen concreet bewijs op.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging. Het hof verklaarde niet bewezen dat de verdachte de invoer van cocaïne heeft gepleegd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij invoer van cocaïne.