ECLI:NL:GHAMS:2018:1904
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Gebruik echtelijke woning na beëindiging relatie en woonlastenverdeling
Partijen, voormalige partners met twee minderjarige kinderen, waren gezamenlijk huurder van een woning. Na beëindiging van hun relatie vorderde de man dat de vrouw de woning zou verlaten en zich zou uitschrijven, en subsidiarier dat zij de helft van de woonlasten zou betalen. De vrouw vorderde het exclusieve gebruiksrecht van de woning en betaling van de helft van de huur door de man.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van de man af en kende de vrouw het exclusieve gebruiksrecht toe tot 1 september 2018, met een veroordeling van de man tot betaling van de helft van de huur vanaf 1 december 2017. Het hof oordeelde dat het spoedeisend belang van de man gegeven was en bevestigde het exclusieve gebruiksrecht van de vrouw, gelet op haar rol als voornaamste verzorger en de gezondheidssituatie van het oudste kind.
Het hof vernietigde echter het deel van het vonnis dat de man tot huurbetaling veroordeelde, omdat de vrouw sinds april 2018 zelf de volledige huur betaalt met ondersteuning van een woonkostentoeslag. De overige onderdelen van het vonnis werden bekrachtigd. De kosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw mag tot 1 september 2018 in de woning blijven; de man hoeft geen helft van de huur te betalen.