ECLI:NL:GHAMS:2018:179
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders
Appellant heeft bij het hof hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, waarin het verzet tegen de afwijzing van zijn klacht tegen gerechtsdeurwaarders als kennelijk ongegrond werd verklaard. De kamer had eerder het verzet ongegrond verklaard na behandeling van het verzetschrift.
Volgens artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet staat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel open voor de klager. Dit rechtsmiddelenverbod kan alleen worden doorbroken indien een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, wat niet is gesteld of gebleken.
Het hof heeft de stukken van de eerste aanleg en de ingediende verweerschriften bestudeerd. Tijdens de terechtzitting was appellant aanwezig en heeft het woord gevoerd, terwijl de gerechtsdeurwaarders niet verschenen. Het hof concludeert dat appellant niet ontvankelijk is in zijn hoger beroep en verklaart dit dan ook.
De beslissing is door het hof in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018 door de rolraadsheer namens de kamer civiel recht en belastingrecht van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.