Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Tenlastelegging
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 11 juni 2015 te Amsterdam en/of elders in Nederland, (telkens) heeft deelgenomen aan een of meer organisatie(s), bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder meer) verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere perso(o)n(en) welke organisatie(s) tot oogmerk had(den) het plegen van misdrijven, namelijk het:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 mei 2015 tot en met 11 juni 2015 te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 maart 2015 tot en met 11 juni 2015 te Haarlem en/of Middenbeemster en/of [naam 3] en/of Stedum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer brievenbus(sen) heeft weggenomen een of meer poststuk(ken) waaronder poststuk(ken) afkomstig van een of meer bank(en) inhoudende een of meer bankpas(sen) en/of pincode(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 april 2015 tot en met 11 juni 2015 te Hoofddorp en/of Purmerend en/of Raamsdonkveer en/of Zwolle en/of Haarlem en/of Vlissingen en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een of meer poststuk(ken), waaronder poststukken afkomstig van een of meer bank(en) inhoudende een of meer bankpas(sen) en/of pincode(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde gemeente(n) is toegegaan waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (vervolgens)
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
• Vrijspraak ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde
• Gedeeltelijke vrijspraak ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
tweede gedachtestreepjevan feit 2 (zaak Middenbeemster, benadeelde [slachtoffer 2] / [bedrijf 3] ) is ten laste gelegd het volgende.
derde gedachtestreepjevan feit 2 (zaak [naam 3] , benadeelde [slachtoffer 3] / [bedrijf 3] ) is ten laste gelegd, is het hof van oordeel dat vrijspraak dient te volgen voor de transactie ad € 70,- bij Lacoste, nu uit het dossier van onvoldoende betrokkenheid van de verdachte bij deze transactie blijkt, zodat ‘slechts’ een bedrag van € 3430,- kan worden bewezen.
• Gedeeltelijke vrijspraak ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde
Bewijsoverwegingen
• Medeplegen
phishingwebsite’ geleid. Daar wordt een pagina getoond die sterke gelijkenis vertoont met een authentieke webpagina van de betreffende bank en wordt benadeelde gevraagd bank-, adres- en persoonsgegevens in te vullen. Nadat de benadeelde deze gegevens heeft verstrekt, wordt door derden met behulp van de gegevens telefonisch een nieuwe bankpas aangevraagd, waarna deze bankpas naar het opgegeven adres van benadeelde wordt verzonden en vervolgens wordt onderschept, waarna met deze pas geldbedragen worden opgenomen en/of pinbetalingen worden verricht. In een aantal gevallen is het bij een poging gebleven.
in verenigingplegen van (poging tot) diefstal (met valse sleutel) en medeplegen van (poging tot) oplichting door [verdachte] . Hiertoe wordt het volgende overwogen.
het hof begrijpt postbode), "spa" (
het hof begrijpt pas) en "green" (
het hof begrijpt [bedrijf 3]). Dat de betrokkenheid van [medeverdachte 1] verder ging dan enkel het rondrijden van [verdachte] blijkt onder meer uit de (in de bewijsmiddelen opgenomen) tapgesprekken van 22 mei 2015 en 4 juni 2015, waaruit volgt dat [medeverdachte 1] actief meedacht over en meewerkte aan het achterhalen van de post. [1]
• Deelneming aan een criminele organisatie
Ze pakten willekeurig kleding uit de schappen, paste dit niet allemaal. […] Ze hadden uiteindelijk voor meer dan 3000,- euro aan kleding gepakt, maar het bleek dat ze een maximum bedrag konden betalen dat lager lag. Er zijn een paar kledingstukken teruggelegd.” Op 9 juni 2015 is bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] onder meer een label van een vest aangetroffen dat blijkens het artikelnummer op de kassabon behoorde bij de op 30 mei 2015 bij [naam 4] gekochte goederen.
• Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde
het hof begrijpt [verdachte]) te zijn aangesproken. Deze jongen had hem om post van het ziekenhuis voor het adres [adres 4] gevraagd. De postbode is niet tot afgifte van de post overgegaan. Enkele minuten later, omstreeks 12:53 uur, kwam de Renault op 50 meter van de woning aan het [adres 4] tot stilstand. [verdachte] stapte wederom uit, liep in de richting van de brievenbus en keek naar de brievenbus van voornoemd adres. Vervolgens stapte [verdachte] weer in de auto. Omstreeks 13:11 uur werd de post bezorgd; [medeverdachte 1] stapte vlak daarna uit de auto en keek in de brievenbus van voornoemd adres.
Op vrijdag 22 mei 2015 was ik rond 12:00 uur in de wijk [straat] in Raamsdonkveer. Ik was daar om als postbezorger poststukken af te leveren. […] Rond 12:15 uur werd ik op de Kleine Donk aangesproken door een man. […] Ik hoorde dat hij zei: ‘Meneer mag ik u wat vragen. Ik heb een probleem. Bent u de postbode van Baksweer? […] Ik had gisteren een brief moeten ontvangen voor een operatie op maandag. Ik moet die brief insturen en moet hem nu hebben, want de operatie is maandag al’”. Getuige [getuige 9] heeft verklaard: “
Ik werk als postbezorger in Raamsdonksveer. De Baksweer is mijn vaste wijk. Op 22 mei 2015 omstreeks 12:30 uur kwam NN1 naar mij toe. NN1 zei dat hij zat te wachten op een oproep van het Amphia ziekenhuis, omdat hij geopereerd zou worden. NN1 vroeg of er post bij zat voor [naam 8] , wonend aan [adres 7] .” Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 2 juni 2015 zijn op 22 mei 2015 tussen 12:11 uur en 12:33 uur vier gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] afgeluisterd, waarvan de inhoud correspondeert met het aanspreken door [verdachte] van voornoemde getuigen [getuige 7] en [getuige 9] .
Haarlemworden geplaatst en is [verdachte] door getuige [getuige 6] herkend als zijnde de jongen die hem op die dag tijdens zijn werkzaamheden als postbode te Haarlem heeft aangesproken in verband met post van het ziekenhuis voor het adres [adres 6] die hij verwachtte. De jongen gaf daarbij aan dat hij de post snel nodig had. Op basis van de tapgesprekken kan worden geconstateerd dat zowel [medeverdachte 1] , als [verdachte] ter plaatse waren. Zo blijkt uit de tapgesprekken met sessienummers 38420 en 38424 dat [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar instrueerden over de locatie van de postbode.
Bewezenverklaring
hij in de periode van 1 februari 2015 tot en met 11 juni 2015 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en een of meer andere personen welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het:
hij in de periode van 7 mei 2015 tot en met 30 mei 2015 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
hij in de periode van 18 maart 2015 tot en met 30 mei 2015 te Haarlem, [naam 3] en Stedum, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen poststukken toebehorende aan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] .
hij op 28 mei 2015 te Vlissingen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een poststuk, toebehorende aan [slachtoffer 8] , met een mededader naar voornoemde gemeente is toegegaan waarna hij en zijn mededader
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
phishing. In dat kader heeft de verdachte zich op de bewezenverklaarde wijze meermalen schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van diefstal, het medeplegen van oplichting en pogingen daartoe. Verdachte en zijn mededaders zijn daarbij volgens een tevoren opgezet plan te werk gegaan, waarbij verdachte belast was met een uitvoerende en onmisbare rol.
Beslag
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 3]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: het voorwerp genoemd op de aangehechte beslaglijst onder 6.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de voorwerpen genoemd op de aangehechte beslaglijst onder de nummers 1, 2, 4, 5 en 9 t/m 37.
teruggaveaan de uitgevende instantie van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de voorwerpen genoemd op de aangehechte beslaglijst onder de nummers 3, 7 en 8.
€ 2.512,00 (tweeduizend vijfhonderdtwaalf euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 2.512,00 (tweeduizend vijfhonderdtwaalf euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 2.730,00 (tweeduizend zevenhonderddertig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.