ECLI:NL:GHAMS:2018:1741
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van uitgifte vals geld in samenwerking
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde uitgeven van vals geld. Het openbaar ministerie had een werkstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis gevorderd, maar het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met een mededader vals geld heeft uitgegeven.
Het dossier toonde aan dat de medeverdachte bij verschillende gelegenheden vals bankbiljetten van 50 euro aanbood bij winkels, waaronder het Kruidvat en Albert Heijn. Hoewel bij Albert Heijn vals geld werd aangetroffen, kon niet worden vastgesteld dat dit biljet door de medeverdachte bij kassa 10 was aangeboden. Het biljet dat in het Kruidvat werd gebruikt was vals, maar er was geen bewijs dat verdachte hiervan op de hoogte was of het in handen had.
Het hof concludeerde dat de verdachte niet bekend was met de valsheid van het geld en dat er geen bewijs was dat hij of zijn medeverdachte het geld hadden vervalst of wisten van de valsheid bij verkrijging. De door het openbaar ministerie aangevoerde motieven voor bewezenverklaring overtuigden het hof niet. Daarom werd de verdachte vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het uitgeven van vals geld in nauwe samenwerking.