ECLI:NL:GHAMS:2018:1503
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging moeder over drie minderjarige dochters
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het gezag over haar drie minderjarige dochters beëindigde en de voogdij aan een gecertificeerde instelling toekende. Eén dochter is uit huis geplaatst bij pleegouders, de andere twee wonen bij de vader met gezag.
Het hof overweegt dat de moeder niet in staat is binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen, mede door haar psychische problematiek, lage intelligentieniveau en onwil tot hulpverlening. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door de instabiele en onveilige thuissituatie en de voortdurende conflicten tussen ouders.
De moeder voert aan dat de GI onvoldoende onderzoek deed naar thuisplaatsing en dat zij openstaat voor hulp, maar het hof oordeelt dat dit onvoldoende is gebleken. De belangen van de kinderen, die baat hebben bij stabiliteit en rust, prevaleren. Het hof wijst het verzoek tot deskundigenonderzoek af omdat de aanvaardbare termijn reeds is verstreken.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het meer of anders verzochte af, waarmee het gezag van de moeder over de drie dochters wordt beëindigd en de voogdij aan de gecertificeerde instelling wordt toegekend.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over haar drie dochters en wijst het meer of anders verzochte af.