ECLI:NL:GHAMS:2018:149
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- R.G. Kemmers
- M.C. Schenkeveld
- T.A.M. Tijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk gezag en omgangsregeling wegens verstoorde ouderrelatie en gebrek aan hulpverlening
In deze zaak staat het verzoek van de man centraal om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige zoon te verkrijgen en een omgangsregeling vast te stellen. De vrouw verzet zich hiertegen en stelt dat het in het belang van het kind is dat zij het eenhoofdig gezag behoudt. Het hof verwijst naar eerdere beschikking en stukken en constateert dat de ouders al lange tijd een ernstig verstoorde relatie hebben, waarbij communicatie vrijwel ontbreekt.
De man heeft onvoldoende medewerking verleend aan het noodzakelijke hulpverleningstraject bij Altra, dat bedoeld was om het contact tussen hem en de minderjarige zorgvuldig op te bouwen. De minderjarige heeft zijn vader al jaren niet gezien en vertoont weerstand tegen contact. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eveneens dat het gezamenlijk gezag niet passend is gezien de problematiek.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag alleen verantwoord is als ouders in staat zijn om in gezamenlijk overleg beslissingen te nemen zonder dat het kind klem raakt. Dit is niet het geval. Ook is omgang op dit moment niet in het belang van het kind vanwege het ontbreken van hulpverlening en de verstoorde relatie. Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de man af zowel voor gezamenlijk gezag als omgang.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag en omgang af vanwege verstoorde ouderrelatie en gebrek aan noodzakelijke hulpverlening.