ECLI:NL:GHAMS:2018:1466
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging omgangsregeling vader en minderjarige tijdens ondertoezichtstelling
Het geschil betreft de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind, die sinds 2014 onder toezicht staat. De omgang was sinds 2006 geregeld, maar werd in 2015 teruggebracht en sinds 2016 geheel stopgezet vanwege spanningen tijdens de bezoeken.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om beëindiging van de omgangsregeling voor de duur van de ondertoezichtstelling, wat de rechtbank toewijst. De vader gaat hiertegen in hoger beroep en stelt dat omgang juist in het belang van het kind is en dat beëindiging onterecht is.
Het hof overweegt dat het kind uitdrukkelijk aangeeft geen omgang te willen vanwege stress en spanningen veroorzaakt door het gedrag van de vader. De vader toont onvoldoende inzicht in zijn aandeel en heeft geen behandeling ondergaan voor zijn persoonlijkheidsproblematiek. Het hof acht het forceren van omgang schadelijk en bekrachtigt de beëindiging van de omgangsregeling voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Uitkomst: De omgangsregeling tussen vader en minderjarige wordt beëindigd voor de duur van de ondertoezichtstelling.