ECLI:NL:GHAMS:2018:1315
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens ernstige bedreiging ontwikkeling kinderen en onvoldoende opvoedcapaciteit moeder
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 17 april 2018 het hoger beroep van de moeder tegen de beëindiging van haar ouderlijk gezag over vijf minderjarige kinderen afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
De kinderen waren uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de thuissituatie, waaronder pedagogische onmacht en gedragsproblemen. Ondanks langdurige en intensieve hulpverlening slaagde de moeder er niet in een veilige en stabiele opvoedsituatie te bieden. De aanvaardbare termijn om de opvoeding te herstellen is verstreken.
De moeder betoogde dat de situatie rustiger was en dat terugplaatsing onderzocht moest worden, maar het hof oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende waren veranderd en dat de moeder onvoldoende leerbaar was. De kinderen zijn loyaal aan de moeder maar hebben behoefte aan stabiliteit en een constructieve samenwerking met hulpverlening.
Het hof concludeerde dat het belang van de kinderen bij een veilige en stabiele opvoedomgeving zwaarder weegt dan het belang van de moeder en dat de beëindiging van het gezag terecht is. Het beroep op schending van artikel 3 IVRK Pro faalt.
De beschikking van de rechtbank Noord-Holland wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over vijf minderjarige kinderen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling en onvoldoende opvoedcapaciteit binnen aanvaardbare termijn.