ECLI:NL:GHAMS:2018:121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- L.A.J. Dun
- M.D. Savenije
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over mededelingsplicht en onderzoeksplicht bij verkoop bedrijfspand met asbest
Flexabram heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep verzocht om het vonnis van de rechtbank te vernietigen en haar vorderingen toe te wijzen tegen Iprem, verkoper van een bedrijfspand met asbest. Het geschil betreft de aanwezigheid van asbest die in 2013 werd ontdekt, terwijl het pand in 2007 was verkocht en destijds als asbestvrij werd beschouwd volgens de toen geldende normen.
De feiten betreffen een asbestsaneringstraject dat in 2006 plaatsvond, waarbij meerdere rapporten en saneringsplannen zijn opgesteld volgens de certificeringsnormen BRL 5050 en BRL 5052. Deze normen voorzagen in visuele inspecties en lieten bepaalde locaties buiten beschouwing. De koper, Flexabram, had toegang tot informatie en rapporten waarin de beperkingen van het onderzoek werden vermeld.
Het hof oordeelt dat Iprem niet tekort is geschoten in haar mededelingsplicht, omdat zij niet op de hoogte was van niet gesaneerde asbestbronnen en de koper als professionele vastgoedbelegger geacht mocht worden de gangbare normen en de rapporten te kennen. De koopovereenkomst en de depotovereenkomst wezen op een asbestveilig pand volgens de normen, niet op absolute asbestvrijheid. Flexabram had zelf nader onderzoek moeten verrichten als zij absolute zekerheid wilde.
De grieven van Flexabram falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Flexabram wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Flexabram af wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming door Iprem.