ECLI:NL:GHAMS:2018:1201
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondheid klacht tegen notaris wegens onvoldoende onderzoek wilsbekwaamheid erflater
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de notaris omdat deze volgens haar in strijd met zijn zorgplicht handelde door testamenten en een schenkingsakte te passeren zonder de wilsbekwaamheid van erflater te onderzoeken. Erflater was op het moment van passeren van de akten hoogbejaard en leed aan dementie, wat volgens klaagster indicatoren waren om het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid te volgen.
De notaris voerde verweer dat hij de vaste notaris van erflater was, meerdere malen contact had gehad en erflater consistent en helder overkwam tijdens de gesprekken. Er waren geen aanwijzingen voor twijfel aan zijn wilsbekwaamheid en het testament was niet complex. De notaris had geen aanleiding om het Stappenplan te volgen.
Het hof oordeelde dat het niet aan de tuchtrechter is om de wilsbekwaamheid van erflater achteraf te beoordelen, maar om te toetsen of de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Gezien de omstandigheden en de waarnemingen van de notaris was er geen aanleiding tot nader onderzoek. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de kamer bevestigd.
De zaak betreft de beoordeling van de zorgplicht van een notaris bij het passeren van testamenten en schenkingsakten, waarbij het hof het belang van de eigen waarneming van de notaris en de redelijke beoordelingsvrijheid benadrukt. De medische omstandigheden van erflater en de omstandigheden van het passeren zijn meegewogen, maar boden geen voldoende aanleiding voor de notaris om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wegens onvoldoende onderzoek naar wilsbekwaamheid is ongegrond verklaard en de beslissing van de kamer bevestigd.