Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Beoordeling van een gevoerd bewijsverweer en een verzoek tot nader onderzoek
Bewezenverklaring
Bewijsmiddelen
verklaring van [naam 2] :
verklaring van [naam 2] :
mededeling van de voornoemde verbalisant:
getuige [getuige 1]afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018.
getuige [getuige 2]afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Vordering van de benadeelde partij Restaurant Café [naam 1] C.V.
€ 8.686,73, bestaande uit materiële schade en bestaat uit de volgende schadeposten:
€ 7757,04, bestaande uit materiële schade. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Daarbij wordt overwogen dat het namens de verdachte ingenomen standpunt dat onduidelijk is waarop de hiervoor onder f), m) en l) genoemde schadeposten zijn gebaseerd dan wel dat daarvoor een onderbouwing ontbreekt, gelet op de gemotiveerde onderbouwing van deze posten door de benadeelde partij en de uiteenzetting daaromtrent van de vertegenwoordiger van laatstgenoemde op de terechtzitting in hoger beroep, niet als een voldoende gemotiveerde betwisting van die posten kan gelden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
€ 7.757,04 (zevenduizend zevenhonderdzevenenvijftig euro en vier cent) ter zake van materiële schade,voor welk gehele bedrag de verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 7.757,04 (zevenduizend zevenhonderdzevenenvijftig euro en vier cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
73 (drieënzeventig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.