ECLI:NL:GHAMS:2018:1075

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2018
Publicatiedatum
3 april 2018
Zaaknummer
200.228.620/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:349a lid 2 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing bestuurder en onderzoek naar beleid VDL Huizen Holding

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een geschil tussen verzoekster en VDL Huizen Holding B.V. waarbij een onderzoek werd bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap vanaf 1 januari 2016. Tevens werd een onmiddellijke voorziening getroffen door een bestuurder met beslissende stem aan te wijzen die zelfstandig bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen.

Bij beschikking van 23 maart 2018 werd mr. J.G. Molenaar benoemd tot bestuurder met beslissende stem, met de bevoegdheid om het salaris en de arbeidsvoorwaarden van de andere bestuurders vast te stellen. Deze aanwijzing was bedoeld om de continuïteit en het bestuur van de vennootschap te waarborgen gedurende het onderzoek.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. De verweerster en belanghebbenden waren niet verschenen, terwijl verzoekster werd vertegenwoordigd door mr. J. Anema. De Ondernemingskamer handelde conform de wettelijke bepalingen omtrent enquête en bestuursaanwijzing.

Uitkomst: Mr. J.G. Molenaar is aangewezen als bestuurder met beslissende stem van VDL Huizen Holding B.V. en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

beschikking
_____________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer : 200.228.620/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 23 maart 2018
inzake
[A],
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. J. Anema, kantoorhoudende te Amersfoort,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VDL HUIZEN HOLDING B.V.,
gevestigd te Almere,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
niet verschenen,
2.
[C],
wonende te [....] ,
advocaat:
mr. E.R. Jonker,kantoorhoudende te Amersfoort,
BELANGHEBBENDEN.
1.
Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zal verweerster worden aangeduid als VDL Huizen Holding.
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikking in deze zaak van 22 maart 2018.
1.3 Bij beschikking van 22 maart 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VDL Huizen Holding over de periode vanaf 1 januari 2016 en heeft de Ondernemingskamer een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een door de Ondernemingskamer nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder met beslissende stem heeft de Ondernemingskamer bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is VDL Huizen Holding te vertegenwoordigen, dat zonder deze bestuurder VDL Huizen Holding niet vertegenwoordigd kan worden en dat het salaris en de arbeidsvoorwaarden van de beide andere bestuurders van VDL Huizen Holding afzonderlijk door deze bestuurder zullen worden vastgesteld.

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als bestuurder als bedoeld in de beschikking van 22 maart 2018.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
wijst aan als bestuurder als bedoeld in de beschikking van de Ondernemingskamer van 22 maart 2018 in deze zaak: mr. J.G. Molenaar te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 23 maart 2018.