ECLI:NL:GHAMS:2018:1033
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beslissing over hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige kinderen met benoeming bijzondere curator
In deze zaak staat de vraag centraal bij welke ouder de minderjarige kinderen hun hoofdverblijfplaats moeten hebben en hoe de zorgregeling wordt verdeeld. Het geschil betreft de vader en moeder die in conflict zijn over de zorg en opvoeding van hun kinderen, [kind A] en [kind B]. Het hof verwijst naar eerdere tussenbeschikkingen en constateert dat het traject ‘Kinderen uit de Knel’ niet succesvol is afgerond en dat de kinderen nog steeds psychische ondersteuning nodig hebben.
De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming rapporteren dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat de huidige co-ouderschapsregeling onvoldoende rust biedt aan de kinderen. [kind A] heeft expliciet aangegeven bij zijn vader te willen wonen en slechts incidenteel bij zijn moeder te verblijven. Het hof acht het belang van de kinderen leidend en benadrukt dat zij niet gescheiden mogen worden.
Gezien de complexiteit en de tegenstrijdige belangen benoemt het hof een bijzondere curator die onderzoek moet doen naar de wensen en belangen van de kinderen zonder beïnvloeding van de ouders. De bijzondere curator wordt verzocht binnen twee maanden verslag uit te brengen, waarna het hof de zaak zal voortzetten. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator en houdt verdere beslissingen aan tot het verslag is uitgebracht.