ECLI:NL:GHAMS:2018:1010
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- R.D. van Heffen
- J.H.C. van Ginhoven
- P.F.E. Geerlings
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen inzake verzoek vergoeding op grond van artikel 89 Sv na inverzekeringstelling
Appellant verzocht om een schadevergoeding op grond van artikel 89 Sv Pro wegens de ondergane inverzekeringstelling op verdenking van diefstal. Hij stelde dat hij geen opzet had en door een kapotte bril slechtziend was, waardoor hij onbedoeld met goederen voorbij de kassa liep.
De rechtbank wees het verzoek af, maar kende wel een vergoeding toe voor gemaakte kosten op grond van artikel 591a Sv. Het hof nam kennis van het dossier en hoorde de advocaat-generaal, terwijl appellant en zijn advocaat niet verschenen.
Het hof overwoog dat appellant door zijn gedrag zelf debet was aan de verdenking en dat daardoor geen gronden van billijkheid aanwezig waren voor vergoeding op grond van artikel 89 Sv Pro. De onschuldpresumptie stond niet in de weg aan deze beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, maar de vergoeding voor kosten bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vergoeding op grond van artikel 89 Sv af, terwijl de kostenvergoeding op grond van artikel 591a Sv wordt gehandhaafd.