ECLI:NL:GHAMS:2018:1007
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- R.D. van Heffen
- J.H.C. van Ginhoven
- P.F.E. Geerlings
- Rechtspraak.nl
Toekenning gedeeltelijke vergoeding kosten rechtsbijstand in strafzaak
Verzoeker heeft een verzoek ingediend voor vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel is geëindigd. Het verzoek betrof een bedrag van €25.636,14 voor rechtsbijstand in de strafzaak en €550 voor rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure.
Tijdens de procedure bleek dat de kosten deels door de P&I Club waren voorgeschoten en dat een exacte berekening van de schadepost onmogelijk was vanwege de complexiteit van de verrekening en de vertrouwelijkheid van bedrijfsgegevens. Verzoeker heeft subsidiair een vergoeding van €17.000,- gevraagd.
Het hof heeft na beoordeling van het dossier en de standpunten in openbare raadkamer geoordeeld dat toekenning van een gedeelte van het oorspronkelijk verzochte bedrag billijk is. Gezien het betaalde eigen risico en de omstandigheden kent het hof 75% van het oorspronkelijke bedrag toe, afgerond €20.000, en daarnaast €550 voor de procedurekosten.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2018, waarbij het hof het verzoek deels toewijst en het meerdere afwijst.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €20.550 toe uit ’s Rijks kas voor kosten rechtsbijstand.