Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
4.De beoordeling van het hoger beroep
5.Beslissing
zondag 16 juli 2017pro forma;
Gerechtshof Amsterdam
De biologische vader is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn twee kinderen, geboren in 2007 en 2009. De moeder en de juridische vader oefenen gezamenlijk het gezag uit. De rechtbank had het verzoek afgewezen vanwege het belang van de kinderen en de negatieve impact van statusvoorlichting.
De raad voor de Kinderbescherming adviseerde proefcontacten en voortzetting van statusvoorlichting, maar constateerde een patstelling door spanningen en weerstand van de moeder en kinderen. Het hof oordeelt dat er wel degelijk sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de biologische vader en de kinderen, ondanks de problematische relatie tussen de ouders en de negatieve ervaringen uit het verleden.
Gezien de psychische en ontwikkelingsproblemen van de vader en de gespannen situatie van de kinderen, gelast het hof een ouderschapsonderzoek door een orthopedagoog. Dit onderzoek moet inzicht geven in de mogelijkheden en voorwaarden voor omgang en contactherstel, waarbij ook mediation kan worden ingezet. De kosten van het onderzoek worden ten laste van het Rijk gebracht. De zaak wordt aangehouden tot 16 juli 2017 voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof gelast een deskundigenonderzoek naar de mogelijkheden voor omgang en contactherstel tussen de biologische vader en de kinderen en houdt de zaak aan tot 16 juli 2017.