Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
5.Beslissing
pro formaaan tot zondag 16 juli 2017;
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, de vrouw en de man, zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2006. De man heeft sinds november 2013 geen contact met de minderjarige. De rechtbank had gezamenlijk gezag vastgesteld en een zorgregeling bepaald waarbij omgang stapsgewijs zou worden opgebouwd.
De vrouw verzoekt vernietiging van deze beschikking en schorsing van de werking ervan, stellende dat omgang niet mogelijk is zonder hulpverlening. De man verzet zich hiertegen en wil de beschikking bekrachtigen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert bekrachtiging met nadruk op noodzakelijke hulpverlening.
Het hof oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is dat het contact onder begeleiding van het Ouder- en Kind team wordt hersteld. Het eerste contact dient binnen een maand plaats te vinden. De beslissing over het gezag wordt aangehouden totdat hulpverlening is opgestart. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de omgang onder begeleiding binnen een maand start en houdt het gezagbesluit aan in afwachting van hulpverlening.