Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven 2 en 3, die daartegen zijn gericht, betoogt SE samengevat het volgende. Onjuist, althans onvoldoende onderbouwd is de stelling van Delta dat zij hinder van de beslagen ondervindt. SE biedt opheffing van het beslag aan indien de opbrengst van de in het kader van de reorganisatie af te stoten bedrijfsonderdelen, tot de som waarvoor beslagverlof is verleend,
in escrowwordt gestort; Delta heeft onvoldoende onderbouwd dat het beslag haar liquiditeitspositie in gevaar brengt. Bovendien heeft SE zes jaar met het beslag gewacht, terwijl Delta in die periode € 200 miljoen aan haar aandeelhouders heeft uitgekeerd. SE heeft pas beslag gelegd nadat het verdwijnen van verhaalsobjecten als gevolg van de reorganisatie reëel werd. Zij heeft gewacht tot de aankondiging dat een herkapitalisatie niet mogelijk was. Verder voert SE aan dat zij de vordering tot zekerheid waarvan beslag is gelegd, conservatief heeft begroot en dat SE geen vermogensbestanddelen heeft beslagen die Delta hinderen in haar dagelijkse gang van zaken.
joint venturestapt omdat zij niet anders kan.