ECLI:NL:GHAMS:2017:5482
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M. van der Nat
- P.C. Römer
- J. Piena
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen witwassen
De veroordeelde werd in eerste aanleg en in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van witwassen over de periode van 16 november 2007 tot en met 10 november 2010. In eerste aanleg werd een ontnemingsvordering van € 26.125,00 opgelegd, die in hoger beroep werd verhoogd tot € 52.250,00. De veroordeelde stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigde en de zaak terug verwees naar het gerechtshof Amsterdam.
Bij de hernieuwde behandeling van het hoger beroep heeft het hof de ontnemingsvordering opnieuw beoordeeld. De advocaat-generaal vorderde handhaving van het bedrag van € 52.250,00, stellende dat dit bedrag het wederrechtelijk verkregen voordeel uit het bewezen verklaarde witwassen betreft. De raadsman van de veroordeelde voerde aan dat de veroordeelde geen daadwerkelijk financieel voordeel had genoten en dat het eventuele voordeel gemeenschappelijk was met zijn partner.
Het hof oordeelde dat het witwassen van het geld, waaronder de aanschaf van een auto en de kosten van verscheping en invoer daarvan naar Ghana, geen redelijkerwijs op geld waardeerbaar voordeel voor de veroordeelde had opgeleverd. Ook was geen sprake van vervolgprofijt. Verder waren er geen aanwijzingen dat de veroordeelde soortgelijke feiten had gepleegd die een ontnemingsvordering zouden rechtvaardigen.
Op grond hiervan vernietigde het hof het eerdere vonnis en wees de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af. De overige verweren van de raadsman behoefden geen bespreking meer. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 november 2017.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen omdat geen daadwerkelijk financieel voordeel is vastgesteld.