Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
Artikel 1
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd in 2010 onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2016 gescheiden. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam over partneralimentatie en de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden.
De huwelijkse voorwaarden bevatten bepalingen over verrekening van vermogens bij ontbinding van het huwelijk, uitsluiting van bepaalde goederen en de wijze van uitkering. De rechtbank had onder meer bepaald dat de man aan de vrouw bedragen moest voldoen en dat de lijfrente op naam van de vrouw bij helfte moest worden verrekend.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep hebben partijen afgesproken af te zien van financiële aanspraken op elkaar, waaronder partneralimentatie en verdeling van geldleningen en lijfrente. Het hof vernietigde daarom de bepalingen over de geldleningen en lijfrente en bekrachtigde de afwijzing van partneralimentatie door de vrouw.
De aanspraak van de vrouw op betaling door de man van € 1.969,73 vervalt en de polis bij Allianz komt uitsluitend toe aan de vrouw. Het hoger beroep wordt verder afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de aanspraken op partneralimentatie en geldleningen af en bepaalt dat de polis bij Allianz uitsluitend aan de vrouw toekomt.