ECLI:NL:GHAMS:2017:526
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over betaling aannemingsovereenkomst verbouwing slagerswinkel
In deze zaak staat een geschil centraal over de betaling van een aannemingsovereenkomst tussen [X], exploitant van een slagerswinkel, en AMD Bouw en Vastgoed. AMD vorderde betaling van een restantbedrag voor de verbouwing van de winkel, waaronder tegelwerkzaamheden. [X] betwistte de hoogte van de vordering en stelde dat hij reeds voldoende had betaald, onder meer via bankoverschrijvingen, contante betalingen en directe betalingen aan een leverancier.
De rechtbank had eerder de vordering van AMD toegewezen, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat AMD onvoldoende had onderbouwd dat een extra bedrag onderdeel uitmaakte van de overeenkomst, mede omdat de offerte niet was ondertekend en de facturen geen hogere bedragen vermeldden. Ook was er geen bewijs dat de contante betaling lager was dan door [X] gesteld.
Het hof concludeerde dat [X] de overeengekomen bedragen ruimschoots had voldaan en wees daarom de vorderingen van AMD af. Daarnaast gaf het hof een verklaring voor recht dat AMD aansprakelijk is voor eventuele schade door executiemaatregelen, maar verwees niet naar schadestaat wegens gebrek aan concrete onderbouwing van schade door [X].
AMD werd veroordeeld in de kosten van beide instanties. Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam op 21 februari 2017.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van AMD tot betaling af.