ECLI:NL:GHAMS:2017:5245
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen poging tot zakkenrollen wegens onvoldoende bewijs nauwe samenwerking
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van medeplegen poging tot zakkenrollen. De verdachte werd ervan verdacht in de trein op het traject Schiphol – ’s-Gravenhage samen met anderen te hebben geprobeerd goederen van een slachtoffer weg te nemen.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld, maar het hof oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was. Hoewel de medeverdachte de daadwerkelijke wegnemingshandelingen verrichtte en de verdachte mogelijk op de uitkijk stond en oogcontact maakte, was dit onvoldoende om te concluderen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking die voor medeplegen vereist is.
De advocaat-generaal had een taakstraf van 160 uur geëist, subsidiair 80 dagen hechtenis, maar het hof vond dat de gedragingen van de verdachte eerder kenmerken van medeplichtigheid vertoonden dan van medeplegen. Het enkele feit van uitkijk staan en oogcontact was niet voldoende voor een wezenlijke bijdrage aan de poging tot zakkenrollen.
Het hof verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 december 2017.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen poging tot zakkenrollen wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking.