ECLI:NL:GHAMS:2017:5222
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen notaris over akte van levering zonder geldige verklaring van berusting ongegrond verklaard
Klaagster diende een klacht in tegen een notaris omdat hij in 1992 een akte van levering had verleden terwijl volgens haar geen geldige verklaringen van berusting door de legitimarissen waren ondertekend. De klacht werd eerst door de kamer voor het notariaat ongegrond verklaard, waarna klaagster hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Amsterdam.
In hoger beroep heeft het hof de klacht inhoudelijk beoordeeld. Klaagster stelde dat er destijds geen vier verklaringen van berusting waren, wat zij afleidde uit het feit dat de vaststellingsovereenkomst slechts door drie personen was ondertekend en dat in eerdere notariële klachten enkel haar eigen verklaring was overgelegd. Het hof constateerde echter dat in de akte van levering uit 1992 stond dat de legitimarissen schriftelijk hadden verklaard te berusten in het testament en dat er geen actie tegen was ondernomen.
Het hof oordeelde dat de vermelding in de akte in beginsel juist is tenzij aantoonbaar onjuist, wat niet was gesteld of gebleken. Het feit dat de vaststellingsovereenkomst minder handtekeningen bevatte, maakte de akte niet onjuist en gaf geen aanleiding tot een tuchtrechtelijk verwijt aan de notaris. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de kamer bevestigd.
De procedure werd behandeld op 28 september 2017, waarbij klaagster aanwezig was en het woord voerde, terwijl de notaris niet verscheen. Het hof wees verzoeken om aanvullende stukken af wegens gebrek aan wettelijke grondslag. De klacht werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover het verzoek tot overlegging van stukken betreft en verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de kamer bevestigd.