Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager heeft een beroepschrift ingediend tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat die zijn klacht tegen twee oud-notarissen niet-ontvankelijk verklaarde. De klacht betrof de integriteit van de notarissen in verband met een erfpachtovereenkomst tussen een gemeente en een stichting.
De kamer oordeelde dat de klacht niet-ontvankelijk was vanwege het verstrijken van de vervaltermijn volgens artikel 99 lid 15 van Pro de Wet op het notarisambt (oud) en omdat klager geen belanghebbende was in de zin van artikel 99 lid 1 Wna Pro. Het hof bevestigde dit oordeel na behandeling van het hoger beroep, waarbij geen nieuwe feiten of omstandigheden werden ingebracht die tot een ander oordeel konden leiden.
Het hof wees ook een verzoek af om een aanvullend stuk in het geding te brengen, omdat dit niet tijdig was ingediend. De bestreden beslissing werd bevestigd en de klacht bleef niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen de oud-notarissen wegens overschrijding van de vervaltermijn en gebrek aan redelijk belang.