ECLI:NL:GHAMS:2017:5057
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens tekortschieten huurder in medewerking aan werkzaamheden en ontruiming
De huurder [X] huurt sinds 1985 een woning waarvan [appellant] erfpachter is. [Appellant] wilde werkzaamheden uitvoeren in het gehuurde, maar [X] verleende geen medewerking. Na meerdere pogingen en een kort geding waarin dwangsommen werden opgelegd, bleef medewerking uit. De kantonrechter gaf een laatste kans tot herstel van de elektrische installatie, maar ook daarna bleef de medewerking achterwege.
In hoger beroep stond centraal of de huurovereenkomst ontbonden mocht worden wegens tekortkoming in de nakoming door de huurder. Het hof stelde vast dat de huurder en diens bewindvoerder onvoldoende medewerking verleenden, ondanks duidelijke verplichtingen in de huurovereenkomst en rechterlijke uitspraken. De huurder had de woning volgestouwd, zonder toestemming aanpassingen gedaan en de elektrische installatie onveilig achtergelaten.
Het hof oordeelde dat de tekortkoming ernstig en langdurig was, en dat ontbinding gerechtvaardigd was zonder nog een laatste kans te bieden. De vordering tegen de huurder zelf werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege onderbewindstelling. Het hof ontbond de huurovereenkomst onvoorwaardelijk en veroordeelde de bewindvoerder tot ontruiming binnen twee maanden, met betaling van een gebruiksvergoeding zolang het gebruik voortduurt.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming binnen twee maanden en betaling van gebruiksvergoeding.