ECLI:NL:GHAMS:2017:5026
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling wegens ontbreken bewijs slaan of stompen
Op 7 augustus 2014 werd verdachte beschuldigd van mishandeling van de aangever door hem te slaan of te stompen, wat letsel veroorzaakte. De aangever verklaarde tegenover de politie dat verdachte hem met een vuist in het gezicht had geslagen, waarna hij viel en letsel opliep. Verdachte stelde dat hij de aangever slechts had geduwd nadat deze hem een tas in het gezicht had geduwd.
Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat de verklaringen van verdachte en aangever over het incident uiteenlopen, waarbij de aangever later verklaarde dat hij was geduwd en viel. Er waren geen getuigen of technisch bewijs dat het slaan of stompen bevestigde. Foto’s van het letsel waren onvoldoende onderscheidend om het slaan te bewijzen.
Gezien het ontbreken van bewijs dat verdachte heeft geslagen of gestompt en het feit dat de tenlastelegging duwen niet omvatte, sprak het hof verdachte vrij van mishandeling. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens ontbreken van bewijs dat hij de aangever heeft geslagen of gestompt.