ECLI:NL:GHAMS:2017:499
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.M.J. Peters
- M.C. Schenkeveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkheid bij doorlopend krediet na echtscheiding
Appellante is in 2008 gehuwd in gemeenschap van goederen en in 2013 gescheiden. In 2009 sloten appellante en haar ex-partner een doorlopend krediet af bij de Voorschotbank. Na betalingsachterstand eiste de bank de volledige kredietsom op en dagvaardde beide partijen. De rechtbank veroordeelde appellante en haar ex-partner hoofdelijk tot betaling.
Appellante stelt dat haar handtekening op de kredietovereenkomst vervalst is en zij de overeenkomst niet heeft aangegaan, mede omdat zij destijds in het buitenland verbleef. De Voorschotbank betwist dit en wijst op kopieën van haar paspoort en verblijfsdocument, evenals het feit dat appellante tijdens het huwelijk aan het krediet heeft meegewerkt.
Het hof acht het essentieel om vast te stellen of appellante daadwerkelijk contractspartij is en benoemt een onafhankelijke handschriftdeskundige om de authenticiteit van de handtekening te onderzoeken. Pas na dit onderzoek kan worden bepaald in hoeverre appellante aansprakelijk is voor de schuld.
Partijen krijgen de gelegenheid om na het deskundigenrapport aanvullende stukken en reacties in te dienen. De zaak wordt verwezen naar een latere rolzitting om verdere behandeling voort te zetten na ontvangst van het deskundigenbericht.
Uitkomst: Het hof beveelt een deskundigenonderzoek naar de authenticiteit van de handtekening en houdt de zaak aan tot ontvangst van het rapport en verdere behandeling.