ECLI:NL:GHAMS:2017:4881
Gerechtshof Amsterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na gegrond verklaard hoger beroep ex artikel 89 Sv
Appellante verzocht om een forfaitaire vergoeding uit ’s Rijks kas voor kosten van rechtsbijstand in verband met een verzoek ex artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv). De rechtbank wees dit verzoek af omdat het hoofdverzoek ook was afgewezen.
Het hof overweegt dat afwijzing van een verzoek op grond van artikel 89 Sv Pro niet automatisch betekent dat ook het verzoek om vergoeding van rechtsbijstandskosten moet worden afgewezen. Dit kan alleen indien het voor een rechtsgeleerd advocaat volstrekt duidelijk was dat het verzoek zou worden afgewezen.
De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat appellante een bekennende verklaring had afgelegd en alleen werd vrijgesproken vanwege een verkeerde pleegplaats in de tenlastelegging, hetgeen volgens het hof in strijd is met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het hof kent daarom de gevraagde vergoeding van €560 toe.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 november 2017 en de vergoeding wordt uit ’s Rijks kas betaald.
Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing en kent een vergoeding van €560 toe voor de kosten van rechtsbijstand.