ECLI:NL:GHAMS:2017:4608
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- H.M.J. Quaedvlieg
- G.J. Driessen-Poortvliet
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in civiele verzetprocedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het gerechtshof Den Haag, stellende dat deze partijdig zouden zijn vanwege hun houding en beslissingen in een civiele verzetprocedure. Het verzoek volgde op een procedure waarin opposanten veroordeeld waren tot betaling en waarin discussie bestond over de procesbevoegdheid van de gevolmachtigde van verzoeker.
De wrakingskamer stelde vast dat veel wrakingsgronden niet tijdig waren ingediend en dat het verzoek daarom deels niet-ontvankelijk was. Inhoudelijk oordeelde de kamer dat de rechterlijke onpartijdigheid moet worden vermoed en dat wraking alleen kan slagen bij uitzonderlijke omstandigheden met zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer vond geen objectieve feiten die een schijn van partijdigheid rechtvaardigen. Ook werd benadrukt dat wraking niet kan dienen als middel tegen onwelgevallige of onjuiste rechterlijke beslissingen. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard in overige gronden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen en verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in overige gronden.